Huiszwaluwproject

Identiteitsfiche huiszwaluwen

Kenmerken
Zwarte, metaalachtig glanzende rug en witte stuit (de bovenkant van het lichaam, tussen rug en staart). Onderzijde sneeuwwit. Staart zwak gevorkt. Ongeveer 12cm groot.
Woonplaats
Dorpen en stadsranden. Ze bouwen nesten aan de buitenkant van gebouwen, vaak onder een richel of dakgoot. Als bouwmateriaal gebruiken ze modder en klei, die ze verzamelen langs randen van plassen en in de buurt van rivieren.
Gedrag
Huiszwaluwen zijn sociale vogels. Ze broeden in kolonies en zitten graag op een draad te kwetteren of zich te poetsen. De zang is een babbelende variatie op de roep (een droog knarsend 'prit'), zonder muzikale tonen.
Voortplanting
Gemetseld klei-nest onder een uitstekende rand of dakgoot van een huis (in zijn oorspronkelijke verspreidingsgebied tegen rotswanden). Vaak worden de nesten van vorige jaren opnieuw gebruikt. De binnenzijde wordt afgewerkt met gras, pluisjes en veertjes. Een huiszwaluwenpaar brengt per jaar 2 à 3 broedsels groot. Per broedsel worden een viertal glanzend witte eitjes gelegd. Na 20 dagen worden de jongen geboren. Ze worden 3 weken op het nest gevoederd. Jongen uit het eerste nest helpen vaak mee met het grootbrengen van de volgende broedsels.
Voedsel
Jaagt al vliegend op insecten met snelle, sierlijke wendingen. Een koppeltje dat twee broedsels grootbrengt met telkens twee jongen, verorbert op een seizoen zo'n 5 miljoen insecten!
Trek
Huiszwaluwen zijn zomergasten. Jaar na jaar keren ze, in april, terug naar het plekje waar ze geboren werden om zelf te nestelen. De winter brengen ze door in Afrika, ten zuiden van de Sahara. De trektocht is voor de dieren een hachelijke onderneming (slecht weer en vogelvangst): gemiddeld keert maar een op de vier zwaluwen het daaropvolgende jaar terug op de nestplaats.